Column: ‘So help me God’

Nog steeds kijk ik vooral met scepsis en kromme tenen naar de inmiddels nieuwe president van Amerika. Moet ik daar maar eens verandering in brengen? Ik beantwoord die vraag in mijn column voor OnderWeg, die volgende week verschijnt. Nu alvast te lezen op m’n blog.

Ik vond het van lef getuigen dat onze gastpredikant, daags voor Inauguration Day, Trump zonder blikken of blozen in hetzelfde rijtje zette als Poetin en Erdogan. Geen lijstje van eerbare zielen maar eentje van machthebbers die met veel kabaal slechts hun eigen ego en gelijk op het oog hebben. Het was een politiek statement vanaf de preekstoel in een gemeente waar het maar zeer de vraag is of iedereen er net zo over denkt. Lef dus.

Mijn zegen had de predikant. Dit keer wel, en ik dacht aan die zondag na de verkiezing van Trump toen een andere predikant bad om wijsheid voor de nieuwgekozen president.  M’n tenen kromden zich. Namens de hele gemeente bidden om wijsheid voor een moreel failliete machtswellusteling? Dat was voor mij, nog confuus en verbluft over Trump’s overwinning, echt een brug te ver.

“Bidden voor Trump is het beste dat je kunt doen”, tipte een gelovige schoolmoeder mij vol overtuiging.

“Uiteindelijk ligt het buiten je cirkel van invloed”, hield echtgenoot Mark mij afgelopen weken meermaals voor als ik weer eens verontwaardigd citeerde uit Trump’s schreeuwerige tweets of artikelen die zijn koers en leiderschap stevig onderbouwd betwistten. Mijn zorg over een man die zichzelf christen noemt maar Bijbelse principes als respect, integriteit, waardigheid en vriendelijkheid aan zijn laars lapt, begrijpt hij goed. Maar protest, ontsteltenis en gekromde tenen veranderen daar helemaal níets aan, wil hij maar zeggen. En eigenlijk kan ik hem geen ongelijk geven.

Inmiddels klonk uit de mond van de man die even daarvoor officieel werd aangeklaagd wegens aanranding het ‘So help me God’. Het Trump-tijdperk is begonnen en als verontruste wereldburger mag je kiezen hoe je daar de komende vier jaar mee om wilt gaan. Ik ook. “Bidden voor Trump is het beste dat je kunt doen”, tipte een gelovige schoolmoeder mij vol overtuiging. “Saulus werd een Paulus, dat kan ook met Trump gebeuren.”

Ik zou beter moeten weten maar geloof er niet in.

Ik heb respect voor haar geloof in een krachtdadige bekering van Donald Trump en voel me falen: ik zou beter moeten weten maar geloof er niet in. Mijn missie voorlopig? Minder kromme tenen en scepsis, plus hopelijk af en toe een schietgebedje voor Trump.

So help me God.

Hoop voor 2017: ons vermogen om liefde en warmte te delen is nog springlevend

De eindejaarsactie van m’n tekstbureau is bijna afgelopen. Ze verliep verrassend mooi, voor mij althans. ‘Wie heeft niet de neiging sceptisch en pessimistisch te zijn over hoe 2017 zal verlopen? Ik wel. Maar juist daarom waren die lieve briefjes bij de lichtjes afgelopen weken voor mij glinsteringen in de donkere decembermaand.’

Afgelopen 2 weken schreef ik een flinke stapel kaartjes aan mensen die ik meestal niet kende. Ik schreef ze in opdracht van iemand die ik vaak óók niet kende. Het waren liefdesbetuigingen, uitingen van vriendschap en vooral veel bemoedigingen. ‘Houd moed, blijf vertrouwen, het komt goed!’ ‘Het zal weer licht worden, blijf erin geloven.’ En: ‘Weet dat we juist in deze beladen maand aan jullie denken.

img_3065

Met de eindejaarsactie ‘Een lichtje voor jou’ van m’n tekstbureau kon iedereen zichzelf of een ander een lichtje cadeau doen. Je vulde een formuliertje in op de website en we regelden het voor je. Eerst bleef het wat stil maar op den duur druppelden dagelijks de aanvragen binnen.

Soms met tranen in de ogen schreef ik andermans tekstjes op de kaarten

Dat een snel bedachte eindejaarsactie mij simpelweg hoopvol zou maken, had ik vooraf niet bedacht. Soms met een glimlach, soms met tranen in de ogen schreef ik andermans tekstjes op de kaarten. ‘Voor altijd mijn bff!’, stuurde Roos gisterochtend nog door, bestemd voor ene Martje. Ik deed een mooi waxinelichtje bij het tekstje, schoof alles in een enveloppe en ging voor de zoveelste keer naar de brievenbus.

pic

2016 werd geschonden door terreur en verwijdering, op wereldniveau en dichter bij huis. Het was een jaar waarin weer kristalhelder werd waar mensen helaas ook bedreven in zijn: stelling nemen en de ander bekritiseren. Ieder voor zich, in zijn eigen kamp.

Gods goede gave aan mensen om liefde en warmte te delen is gelukkig nog springlevend

Wie heeft niet de neiging sceptisch en pessimistisch te zijn over hoe 2017 zal verlopen? Ik wel. Maar juist daarom waren die lieve briefjes bij de lichtjes afgelopen weken voor mij glinsteringen in de donkere decembermaand.

Ik maak me geen illusies: zo’n waxinelichtje met een lieve tekst erbij lost tegenstellingen niet op, laat staan groot wereldleed. Maar vergun me in deze dagen van reflectie en vooruitzien de conclusie dat Gods goede gave aan mensen om liefde en warmte te delen gelukkig nog springlevend is. Het bewijs ervan heb ik afgelopen weken in de brievenbus gegooid. Dat geeft hoop voor 2017!

Trump, de man die omdat hij tegen abortus is, verder alles maar mag flikken?

Vorige week publiceerde het Reformatorisch Dagblad een hoofdredactioneel commentaar waarin met name de ‘ethische agenda’ van Donald Trump alle credits werden toegedicht. Ik las het commentaar met een diep gevoel van vervreemding en stuurde onderstaande reactie naar het RD. Een ingekorte versie ervan (zie onderaan blog) is inmiddels in het RD geplaatst.

‘Aan de vruchten kent men de boom. Of mag je, als je maar tegen abortus bent, alles flikken?’ Deze tweet stuurde ik de wereld in toen ik uw commentaar las naar aanleiding van de verkiezingszege van Donald Trump (‘Trumps ethische agenda biedt meer hoop dan die van Clinton’).

U toont zich content met Trump’s overwinning terwijl – gek genoeg – uw argumenten daarvoor opvallend karig zijn.

Bij het lezen ervan ervoer ik een diep gevoel van vervreemding, hoewel ik allerminst een Clinton-fan ben. U toont zich content met Trump’s overwinning terwijl – gek genoeg – uw argumenten daarvoor opvallend karig zijn.

Op veel punten heeft Trump nog weinig concrete plannen, schrijft u. De ongewisheid en onberekenbaarheid die hem typeren zijn serieuze risicofactoren. Ook moeten we nog afwachten of hij naar (hopelijk) verstandige vertrouwelingen wilt luisteren.

Vergat u niet een paar puntjes?

Laten we eerlijk zijn: welk bedrijf zou een man met zo’n profiel tot leider willen maken? En het lijstje is nog niet eens af! Vergat u, een krant met de zuivere moraal hoog in het vaandel, niet een paar puntjes, vroeg ik me verbaasd af?

Het (letterlijk) enige argument waarop u uw Trump-voorkeur baseert ligt op het terrein van ethiek en moraal. Met de Republikein Donald Trump aan het roer, schrijft u, wordt waarschijnlijk een stokje gestoken voor de doorgaande liberalisering van abortus en homo-emancipatie. Op dit terrein lijkt zijn agenda op de uwe en dus gaan uw handen op elkaar voor deze man?

Trump is namelijk ook de man die aan zijn derde huwelijk bezig is en zich ondertussen laag, grof en vunzig uitlaat over vrouwen en minderheden.

Ik vind dit ernstig, vooral omdat we zo veel meer te weten zijn gekomen over de ‘morele agenda’ van Trump, eentje die in veel opzichten niet de uwe is, toch? Daarom had uw lijstje eerlijkheidshalve langer moeten zijn. Trump is namelijk ook de man die aan zijn derde huwelijk bezig is, zich ondertussen laag, grof en vunzig uitlaat over vrouwen en minderheden, beticht wordt van aanranding, belastingsontduiking, zich hondsdol gedroeg tijdens de campagne en niet schroomde de waarheid te verdraaien. Is dit ook de man voor wie u als krant applaudisseert?

Moge God hem vernieuwen

De belangrijkste reden voor veel orthodox-christelijke Amerikanen om op Trump te stemmen was ‘om het gevaar van de progressieve Clinton te keren’, schrijft u. Weet u, een veel groter gevaar dan progressiviteit is een leven dat niet geleefd wordt vanuit de (Bijbelse) principes van respect, integriteit, eerlijkheid, waardigheid en vriendelijkheid.

Ik vrees dat Amerika het de komende vier jaar moet doen met een president die – moge God hem vernieuwen – daar nog niet veel kaas van heeft gegeten. Totdat hij bewijst te leven en handelen vanuit een nieuwe geest, lijkt mij genegenheid voor deze man niet op haar plek.

Ingekorte versie RD:

img_2710

Mijn droom over de toekomst van de kerk: de hartjes van zuster Gulhand

Dit weekend verscheen een bijzonder boeiend, dik themanummer van het kerkelijk magazine OnderWeg over ‘de toekomst van de kerk’. De kerk in Nederland is afgelopen decennia veranderd en blijft veranderen. Maar waar naartoe?

De redactie vroeg mij mijn eigen droom over de toekomst van de kerk op papier te zetten. Ik vond het een moeilijke vraag. Ik droom best vaak over een andere, nieuwe toekomst van de kerk, ook van de kerk waar ik zelf lid van ben. Toch heb ik flink gestoeid met het verzoek mijn droom op papier te zetten.

Analyse, opinie en drang naar evenwichtigheid liet ik uiteindelijk los om mijn fantasie alle ruimte te geven. ‘De gestelde toestanden zijn vrucht van de verbeelding’, schreef C.S. Lewis ergens. ‘Maar het bevat natuurlijk – dat was althans mijn bedoeling – wel een moraal.’ Dat geldt ook voor mijn droom hieronder.

Een snoeptrommeltje vol onuitputtelijke liefde

‘Het begon allemaal nadat zuster Gulhand een zilverkleurig doosje met snoephartjes had doorgegeven. Zij deelde altijd snoepjes uit, daar stond ze om bekend. Maar dit keer was het een doosje vol glanzend rode hartjes. Ik rook wierook en mirre.

Tot mijn verbazing hief de altijd bedrukt kijkende zuster Heidelberg haar handen omhoog

Waar een rol pepermunt normaal gesproken aan het einde van de kerkbank weer teruggaat naar de gever, ging het doosje nu ook naar de bank vóór ons. Niemand keek daarvan op, ook niet toen de hartjes de volgende en weer de volgende bank door gingen, net zo lang tot letterlijk alle kerkgangers op een snoephartje sabbelden.

Zuster Gulhand had het glanzende doosje weer op schoot. Ik zag dat het nog vol hartjes zat. ‘Onuitputtelijke liefde’, krabbelde ik in m’n aantekeningenboekje. En nog voordat ik mijn pen van het papier haalde, zette het orgel in, terwijl iedereen ging staan.

Tot mijn verbazing hief de altijd bedrukt kijkende zuster Heidelberg haar handen omhoog. Achter haar nam broeder Strengers het immer wiebelende dochtertje van het gezin Rumoer op de arm. Zonder aarzelen stond ook ik op en zag de liedtekst van ‘Samen in de naam van Jezus’ op de muur verschijnen. Op het donkere psalmbord ernaast verscheen een streepje verfrissend ochtendlicht. Massaal (sommigen gemeenteleden hand in hand, een verloste glimlach op het gezicht) galmde het bekende lied door de kleine, orthodox-gereformeerde kerk.

Vier buurtbewoners knielden neer voor het kruis

Toen we stopten met zingen, ging de deur naast de preekstoel open. De koster kwam binnen, droeg een groot ruwhouten kruis de kerk in en zette dat voorin. De stilte die plots inviel, kan ik moeilijk beschrijven. Wel wat er daarna gebeurde.

Zwijgend liepen we met elkaar naar het kruis toe. Gemeenteleden maar ook mensen die ik nooit eerder gezien had. Vier buurtbewoners knielden neer voor het kruis, evenals een groepje vluchtelingen die ooit in de kerk te gast waren geweest.

Als laatste liep zuster Gulhand naar voren, in haar hand het zilveren snoepdoosje. Of het een droom was wat er toen gebeurde of echt, weet ik niet. Misschien kom ik het wel nooit te weten. Maar toen zij knielde voor het houten kruis, haar handen open om te ontvangen, veranderde haar zilveren snoeptrommeltje in een glanzende schaal en beker. Er lag brood op de schaal en er zat wijn in de beker.

‘Onuitputtelijke liefde’, schreef ik opnieuw in mijn boekje

Daar, bij het kruis, in die kleine orthodox-gereformeerde kerk, lagen de universele tekenen van Gods onvoorwaardelijke liefde voor het grijpen voor heel deze knielende, kleurrijke gemeenschap. ‘Onuitputtelijke liefde’, schreef ik opnieuw in mijn boekje. ‘Amen’, klonk het uit ieders mond.’

Gekke (goede) ideeën leveren meer op dan je denkt. Verbaas je over het effect!

Een tekstschrijver die appelmoes maakt en daar de markt mee opgaat: hoe verzín je het! Ik deed het met Tekstbureau Zinenzo en het leverde concrete voordelen op. Doe eens gek en val op, geef ik ondernemers en organisaties naar aanleiding van mijn ‘appelmoesavontuur’ mee. En verbaas je over het effect ervan.

Natuurlijk is het simpelweg gekkigheid om als tekstschrijver een appelmoeslabel te ontwikkelen en appelmoes te gaan maken. Want wat heeft appelmoes met tekstschrijven te maken, niets toch? ‘Pure branchevervaging’, reageerde iemand dan ook (weliswaar gekscherend) op de presentatie van de potjes ‘Maximoes’.

Risico op matte eentonigheid

We leven in een land waar buiten de lijntjes kleuren al op de kleuterschool niet gewaardeerd wordt. Keurig binnen de lijntjes blijven is de norm in onze maatschappij. Betreft het manieren en regels, dan is dat een goede norm, denk ik. Betreft het kleur geven aan je eigenheid en uniciteit, dan is het risico op matte eentonigheid groot, zowel bij personen als bij organisaties.

‘Durf eens gek te doen en val op, kleur buiten de lijntjes’

Met matte eentonigheid komen de meeste ondernemers niet zo ver en laten we eerlijk zijn: word jij daar vrolijk van? Toch is het voor velen lastig om op te vallen. Voor jou zijn er genoeg anderen, voor mij ook: google maar eens op ‘tekstschrijver Utrecht’ en je vindt er tientallen.

Hoe voorkom je als ondernemer niet gezien te worden door overaanbod? Heel simpel: durf eens gek te doen en val op, kleur buiten de lijntjes. Al 10 jaar lang experimenteer ik hiermee, de ontwikkeling van een eigen appelmoeslabel is daar een voorbeeld van.

Dit levert het concreet op

Oké, leuk zo’n mooi potje appelmoes maar wat levert het jouw tekstbureau uiteindelijk op, kun je vragen? Dat kan ik heel concreet maken:

  1. Klantenbinding – Ik maak mijn klanten blij en opgetogen, zo blijkt, door hen een potje Maximoes cadeau te geven.
  2. Plezier in je werk – Opvallende ideeën uitdenken en uitvoeren levert mij veel plezier en energie op.
  3. Websiterecord: Afgelopen weken bezochten meer bezoekers dan ooit de website van Tekstbureau Zinenzo.
  4. Online interactie met je netwerk – Zowel op Twitter, Facebook en Instagram reageren mensen enthousiast op Maximoes.
  5. Nieuwe nieuwsbriefabonnees Dagelijks schrijven nieuwe abonnees zich in voor de e-nieuwsbrief van Tekstbureau Zinenzo en maken zo kans op een potje Maximoes.

Tot slot

Iemand schreef mij: ‘Het prikkelt mijn fantasie dat een tekstbureau appelmoes maakt. Dat betekent dat er heel veel, zo niet alles mogelijk is!’

Zij heeft het begrepen.

Het verhaal achter een potje ‘Maximoes’

Een tekstbureau dat appelmoes maakt? Jazeker! Tekstbureau Zinenzo ontwikkelde deze nazomer ‘Maximoes’: een frisse appelmoes van knapperige, onbespoten Goudreinetten uit het Utrechtse Máximapark.

Ook jij een potje?

Op de website vertelt appelmoesmaakster Esther het verhaal achter dit heerlijke idee. Ook ontdek je hoe jij aan een potje Maximoes kunt komen. En vergeet niet even door het beeldverhaal hieronder te bladeren.

Column: ‘Met koude ogen kijken naar een vrouw in een nikaab’ (of boerkini)

Deze week schreef ik onderstaande column die binnenkort verschijnt in het kerkelijk magazine OnderWeg

Ze hebben alle drie een ‘4-uurtje’ gehaald en ik zie hoe de mannen hun minigebakje in twee happen naar binnen werken. De vrouw geniet er zichtbaar bewuster van. “En dat voor maar één eurootje, geen geld toch”, hoor ik d’r met platte Utrechtse tongval zeggen.

Het is de dag nadat in Nice ruim tachtig mensen wreed omkwamen. Ik zit in een Hema-restaurant in de Utrechtse wijk Overvecht en m’n dochter slurpt aan een appelsap. Nog steeds snellen schrik, verwarring en bezorgdheid door mijn hoofd.

Het voelt mis wat ik nu ga bekennen, onbarmhartig.

Langs de grote ramen van het restaurant loopt een vrouw achter een buggy, gekleed in een zwarte nikaab. Alleen haar ogen zijn zichtbaar. “Kijk dan eens, verschrikkelijk toch”, zegt één van de drie. “Daar kan dus een bom onder zitten hè, blaast ze zo het winkelcentrum op. Zo’n jurk zouden ze moeten verbieden.”

Het voelt mis wat ik nu ga bekennen, onbarmhartig. Maar in dat Hema-restaurant, boven een lege kop cappuccino, merk ik dat ik hun op dat moment geen ongelijk wil geven. Hun toon is kil, liefdeloos en hardvochtig maar ik hoor het aan zonder verzet in mezelf te bespeuren. Na de gruwelijk geschonden vorige avond zit ook ik blijkbaar niet op nikaabs om mij heen te wachten.

Waarom niet, vraag ik me later af? En waarom betrap ik mezelf vaker op dergelijke tegenzin, als ik langs de enorme Ulu Moskee aan het Utrechtse Westplein rijd bijvoorbeeld? Is het de ‘angst voor moslims’ die NRC-columniste Jutta Chorus laatst opvoerde, volgens haar de belangrijkste trigger voor Franse gemeenten om de boerkini en zelfs de hoofddoek aan hun stranden te verbieden?

Kijk ik met koude, achterdochtige ogen naar mijn stadsgenotes in hun zwarte nikaabs, dan draag ook ik bij aan het vergroten van de disharmonie in onze samenleving.

Zelf denk ik dat er een diepere oorzaak is van de toenemende onbarmhartigheid richting moslims, één die juist christenen extra alert mag maken. Jezus’ waarschuwing op de Olijfberg dat ook onder gelovigen eens ‘de liefde zal verkillen’ kwam na die Hema-ervaring sterk in mijn gedachten en bleef hangen.

Kijk ik met koude, achterdochtige ogen naar mijn stadsgenotes in hun zwarte nikaabs, dan draag ook ik bij aan het vergroten van de disharmonie in onze samenleving. Dat wil ik niet, geenszins. Daarom krijgen tegenwoordig juist moslimvrouwen, met of zonder nikaab, van mij een warme, vriendelijke glimlach.

%d bloggers liken dit: